Dikke darmkanker

Dikke darmkanker ontstaat vrijwel altijd uit een poliep. Een dikke darmpoliep is een woekering van het slijmvlies van de dikke darm. De meeste poliepen zijn goedaardig en blijven dit ook. Ongeveer 5% van de poliepen wordt uiteindelijk kwaadaardig. Wanneer kwaadaardige poliepen in de wand van de dikke darm groeien, is er sprake van dikke darmkanker. Tussen het ontstaan van een poliep en de ontwikkeling tot een kwaadaardig gezwel verloopt gemiddeld 5 tot 10 jaar.

Dikkedarmkanker kan ontstaan in alle delen van de dikke darm. Ongeveer 75% ontstaat in de laatste delen van de dikke darm. Ongeveer een derde van alle tumoren in de dikke darm ontstaan in het allerlaatste deel: de endeldarm. Dit heet endeldarmkanker.

De twee meest voorkomende erfelijke vormen van dikke darmkanker zijn Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) en het Lynch Syndroom (eerder Hereditair Non-Polyposis Colorectaal Carcinoom (HNPCC) genoemd). FAP en het Lynch Syndroom zijn verantwoordelijk voor ongeveer 5 tot 10% van alle gevallen van dikke darmkanker. Kenmerkend voor deze erfelijke vormen van dikke darmkanker is dat ze meestal al op jonge leeftijd (voor het 50e levensjaar) ontstaan. Erfelijke aanleg betekent niet dat iemand zeker dikke darmkanker zal krijgen. Dragers van het Lynch syndroom hebben een verhoogde kans meegekregen van één van de ouders (25-70%).

Dikke darmkanker (niet erfelijke vorm) wordt voornamelijk vastgesteld bij mensen van 60 jaar en ouder. Maar dikke darmkanker kan ook voorkomen op (veel) jongere leeftijd.

De minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport heeft besloten om vanaf 2014 een landelijk bevolkingsonderzoek naar darmkanker in te voeren. De invoering van het bevolkingsonderzoek betekent dat vanaf 2014 alle Nederlanders tussen de 55 en 75 jaar elke twee jaar een oproep krijgen om ontlasting in te leveren. Deze wordt gecontroleerd op bloedsporen. Bloedsporen in de ontlasting kan duiden op dikke darmkanker maar hoeft niet zo te zijn. Het landelijke bevolkingsonderzoek naar darmkanker heeft als doel dikke darmkanker vroegtijdig (stadium 0-I) op te sporen.

Patiënten met dikkedarmkanker hebben vaak last van een veranderd ontlastingpatroon. Ook kan er sprake zijn van bloedbijmenging bij de ontlasting.

Bij dikkedarmkanker en endeldarmkanker zijn er 4 stadia:
  • stadium I: de tumor is beperkt tot het slijmvlies of de binnenste laag spierweefsel van de dikke darm.
  • stadium II: de tumor is door de spierlaag van de darmwand heen gegroeid en eventueel in het weefsel eromheen.
  • stadium III: er zijn uitzaaiingen in de lymfeklieren in de buurt van de tumor.
  • stadium IV: er zijn uitzaaiingen in verder weg gelegen lymfeklieren en/of in andere organen of weefsels.

De overlevingskans van dikke darmkanker wordt vaak uitgedrukt in vijfjaarsoverleving. Dit is het percentage van de totale groep darmkankerpatiënten die 5 jaar na de diagnose nog in leven is. Onderstaande percentages zijn gemiddelde cijfers:

            Stadium -----------------> vijfjaarsoverleving

  1. Stadium 0-I/Dukes A --> 85 - 95 %
  2. Stadium II/Dukes B ----> 60 - 80 %
  3. Stadium III/Dukes C ---> 30 - 60 %
  4. Stadium IV/Dukes D --> < 5 %

Bij een vroegtijdige opsporing van dikke darmkanker overleeft dus 85-95% van de patiënten de eerste 5 jaar. Maar wanneer dikke darmkanker de kans krijgt om uit te zaaien naar andere organen, dan overleeft minder dan 5% de eerste vijf jaar. Met andere woorden, de overleving van dikkedarmkanker is het beste voor patiënten met stadium I. Daarom heeft de Nederlandse overheid vanaf 2014 een landelijk bevolkingsonderzoek naar darmkanker ingevoerd.

De groei van dikke darmkanker gaat meestal heel langzaam. Het kan wel tien jaar duren voordat een gezonde cel uiteindelijk een kankercel wordt.

Er zijn iets meer mannen dan vrouwen die dikkedarmkanker krijgen.

Er is niet één oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan van niet-erfelijke dikke darmkanker.

Er zijn 2 soorten dikke darmkanker:

  1. colonkanker
  2. rectumkanker

Hieronder vindt u wetenschappelijke studies over dikke darmkanker:
Één zwaluw maakt nog geen zomer. Dus een énkele wetenschappelijke studie over een bepaald onderwerp zegt niet zoveel maar een overzichtsartikel (=een verzameling van wetenschappelijke studies over een bepaald onderwerp) van RCT's geeft wel antwoord op de volgende vraag:
”Is het zinvol om voedingssupplementen te slikken?”. Ja bij een positieve conclusie en nee bij een negatieve conclusie.

Één zwaluw maakt nog geen zomer. Dus een énkele wetenschappelijke studie over een bepaald onderwerp zegt niet zoveel maar een overzichtsartikel (=een verzameling van wetenschappelijke studies over een bepaald onderwerp) van cohort of patënt-controle studies geeft wel antwoord op de volgende vraag:
”Moet ik mijn voedingspatroon veranderen of niet?”.

  1. Wijn verhoogt niet dikke darmkanker
  2. Veel flavonolen, flavonen of anthocyaninen via voeding verlagen mogelijk dikke darmkanker
  3. Dagelijks 5 mg vitamine B2 verlaagt dikke darmkanker
  4. Veel koolhydraten verhoogt dikke darmkanker onder mannen
  5. Ziekte van Parkinson verlaagt dikke darmkanker onder Europeanen
  6. Ginseng via voeding verlaagt kanker
  7. Suikerziekte type 2 verhoogt mogelijk dikke darmkanker
  8. Lycopeen via voeding verlaagt colonkanker
  9. Knoflook via voeding verlaagt niet dikke darmkanker
  10. 6 teentjes knoflook per week verlaagt mogelijk dikke darmkanker en maagkanker
  11. Het eten van isoflavonen verlaagt mogelijk dikke darmkanker
  12. Dagelijks 20 mg isoflavonen verlaagt dikke darm tumoren onder Aziaten
  13. Sojaproducten verlaagt mogelijk dikke darmkanker onder Aziaten
  14. Minimaal 5 kopjes koffie per dag verlaagt dikke darmkanker
  15. Dagelijks 4.5 microgram vitamine B12 via voeding verlaagt dikke darmkanker
  16. Zink via voeding verlaagt dikke darmkanker
  17. 5 mg zink per dag via voeding verlaagt dikke darmkanker
  18. 200-270 mg magnesium per dag verlaagt dikke darmkanker
  19. Dagelijks 100 gram fruit verlaagt colorectaal carcicoom onder mannen
  20. Dagelijks 30 gram volle granen, 100 gram fruit, 100 gram groente of 200 gram zuivelproducten verlaagt dikke darmkanker
  21. Groenten en fruit verlagen de kans op dikke darmkanker
  22. Groenten en fruit bieden bescherming tegen dikke darmkanker
  23. Kruisbloemige groenten verlagen dikke darmkanker
  24. Een hoge foliumzuurinname verlaagt dikke darmkanker
  25. Rund- en lamsvlees verhogen dikke darmkanker
  26. Plantaardig ijzer verlaagt dikke darmkanker
  27. 1 mg heemijzer per dag via voeding verhoogt dikke darmkanker
  28. Veel heem-ijzer verhoogt dikke darmkanker
  29. Een hoge inname van zowel folaat, calcium als vezels verlaagt voorstadium van dikke darmkanker
  30. Foliumzuursupplementen verlagen dikke darmkanker onder mensen met een ontstekingsdarmziekte
  31. Veel foliumzuur, vitamine D, B6 en B2 via voeding verlaagt dikke darmkanker
  32. Een hoge vitamine B6-bloedwaarde verlaagt dikke darmkanker
  33. Het metabool syndroom verhoogt dikke darmkanker
  34. Het eten van veel vitamine C en beta-carteen verlaagt dikke darm adenoom
  35. Het eten van vis verlaagt waarschijnlijk dikkedarmkanker
  36. n-3 PUFA via voeding verlaagt niet dikke darmkanker
  37. Witvlees, vis en gevogelte verlagen niet dikke darm adenoom
  38. Vis verlaagt maagdarmkanker
  39. Veel peulvruchten verlaagt dikke darmkanker
  40. Het eten van veel peulvruchten verlaagt colorectale adenoom
  41. Zuivelproducten en melk bieden bescherming tegen dikkedarmkanker
  42. Calciuminname tot boven 1000 mg per dag verlaagt dikke darmkanker
  43. Dagelijks minimaal 1600 mg calcium verlaagt mogelijk terugkeer van kwaadaardige poliepen in de dikke darm