Dikke darmkanker

Hieronder vindt u wetenschappelijke studies (overzichtsartikelen) over de relatie tussen voeding en dikke darmkanker:
Één zwaluw maakt nog geen zomer. Dus een énkele wetenschappelijke studie over een bepaald onderwerp zegt niet zoveel maar een overzichtsartikel (=een verzameling van wetenschappelijke studies over een bepaald onderwerp) van RCT's geeft wel antwoord op de volgende vraag:
”Is het zinvol om voedingssupplementen te slikken?”. Ja bij een positieve conclusie en nee bij een negatieve conclusie.

Één zwaluw maakt nog geen zomer. Dus een énkele wetenschappelijke studie over een bepaald onderwerp zegt niet zoveel maar een overzichtsartikel (=een verzameling van wetenschappelijke studies over een bepaald onderwerp) van cohort of patënt-controle studies geeft wel antwoord op de volgende vraag:
”Moet ik mijn voedingspatroon veranderen of niet?”.

  1. Obesitas verhoogt dikke darmkanker bij mannen met Lynch Syndroom
  2. Wijn verhoogt niet dikke darmkanker
  3. Veel flavonolen, flavonen of anthocyaninen via voeding verlagen mogelijk dikke darmkanker
  4. Dagelijks 5 mg vitamine B2 verlaagt dikke darmkanker
  5. Veel koolhydraten verhoogt dikke darmkanker onder mannen
  6. Ziekte van Parkinson verlaagt dikke darmkanker onder Europeanen
  7. Ginseng via voeding verlaagt kanker
  8. Suikerziekte type 2 verhoogt mogelijk dikke darmkanker
  9. Lycopeen via voeding verlaagt colonkanker
  10. Knoflook verlaagt mogelijk dikke darmkanker
  11. Knoflook via voeding verlaagt niet dikke darmkanker
  12. 6 teentjes knoflook per week verlaagt mogelijk dikke darmkanker en maagkanker
  13. Het eten van isoflavonen verlaagt mogelijk dikke darmkanker
  14. Dagelijks 20 mg isoflavonen verlaagt dikke darm tumoren onder Aziaten
  15. Sojaproducten verlaagt mogelijk dikke darmkanker onder Aziaten
  16. Thee verlaagt mogelijk dikke darmkanker onder vrouwen
  17. Minimaal 5 kopjes koffie per dag verlaagt dikke darmkanker
  18. Dagelijks 4.5 microgram vitamine B12 via voeding verlaagt dikke darmkanker
  19. Zink via voeding verlaagt dikke darmkanker
  20. 5 mg zink per dag via voeding verlaagt dikke darmkanker
  21. 200-270 mg magnesium per dag verlaagt dikke darmkanker
  22. Dagelijks 100 gram fruit verlaagt colorectaal carcicoom onder mannen
  23. Dagelijks 30 gram volle granen, 100 gram fruit, 100 gram groente of 200 gram zuivelproducten verlaagt dikke darmkanker
  24. Groenten en fruit verlagen de kans op dikke darmkanker
  25. Groenten en fruit bieden bescherming tegen dikke darmkanker
  26. Kruisbloemige groenten, knoflook, citrusvruchten en tomaten verlagen mogelijk dikke darmkanker
  27. Kruisbloemige groenten verlagen dikke darmkanker
  28. Een hoge foliumzuurinname verlaagt dikke darmkanker
  29. Rund- en lamsvlees verhogen dikke darmkanker
  30. Plantaardig ijzer verlaagt dikke darmkanker
  31. 1 mg heemijzer per dag via voeding verhoogt dikke darmkanker
  32. Veel heem-ijzer verhoogt dikke darmkanker
  33. Een hoge inname van zowel folaat, calcium als vezels verlaagt voorstadium van dikke darmkanker
  34. Foliumzuursupplementen verlagen dikke darmkanker onder mensen met een ontstekingsdarmziekte
  35. Veel foliumzuur, vitamine D, B6 en B2 via voeding verlaagt dikke darmkanker
  36. Een hoge vitamine B6-bloedwaarde verlaagt dikke darmkanker
  37. Het metabool syndroom verhoogt dikke darmkanker
  38. Het eten van veel vitamine C en beta-carteen verlaagt dikke darm adenoom
  39. Het eten van vis verlaagt waarschijnlijk dikke darmkanker
  40. Veel transvet verhoogt prostaatkanker en dikke darmkanker
  41. n-3 PUFA via voeding verlaagt niet dikke darmkanker
  42. Witvlees, vis en gevogelte verlagen niet dikke darm adenoom
  43. Vis verlaagt maagdarmkanker
  44. Veel peulvruchten verlaagt dikke darmkanker
  45. Het eten van veel peulvruchten verlaagt colorectale adenoom
  46. Zuivelproducten en melk bieden bescherming tegen dikkedarmkanker
  47. Calcium via voeding verlaagt colorectale adenomen
  48. Calciuminname tot boven 1000 mg per dag verlaagt dikke darmkanker
  49. Dagelijks minimaal 1600 mg calcium verlaagt mogelijk terugkeer van kwaadaardige poliepen in de dikke darm

XXXXXXXXXXXXXXXXX

  • Poliepen in de dikke darm komen vrij vaak voor. Naar schatting heeft ongeveer 5 à 25% van alle mensen boven de 50 jaar darmpoliepen. Dit aantal stijgt van 15 à 30 % op 50-60 jaar, tot 35 à 50 % op de leeftijd van 80 jaar.
  • Dikke darmkanker ontstaat vrijwel altijd uit een poliep. Een dikke darmpoliep is een woekering van het slijmvlies van de dikke darm. De meeste poliepen zijn goedaardig en blijven dit ook.
  • Ongeveer 5% van de poliepen wordt uiteindelijk kwaadaardig. Kwaadaardige darmpoliepen worden ook wel darm adenomen of adenomateuze poliepen genoemd. Wanneer kwaadaardige poliepen in de wand van de dikke darm groeien, is er sprake van dikke darmkanker.
  • Tussen het ontstaan van een poliep en de ontwikkeling tot een kwaadaardig gezwel verloopt gemiddeld 5 tot 10 jaar.
  • Kwaadaardige dikke darmpoliepen (ook wel colorectale adenomen genoemd) kunnen uitgroeien tot dikke darmkanker.
  • Kanker van de dikke darm heet ook colorectale kanker of colorectaal (adeno)carcinoom.
  • Dikkedarmkanker kan ontstaan in alle delen van de dikke darm. Ongeveer 75% ontstaat in de laatste delen van de dikke darm. Ongeveer een derde van alle tumoren in de dikke darm ontstaan in het allerlaatste deel: de endeldarm. Dit heet endeldarmkanker.
  • Bij dikkedarmkanker en endeldarmkanker zijn er 4 stadia:
    1. stadium I: de tumor is beperkt tot het slijmvlies of de binnenste laag spierweefsel van de dikke darm.
    2. stadium II: de tumor is door de spierlaag van de darmwand heen gegroeid en eventueel in het weefsel eromheen.
    3. stadium III: er zijn uitzaaiingen in de lymfeklieren in de buurt van de tumor.
    4. stadium IV: er zijn uitzaaiingen in verder weg gelegen lymfeklieren en/of in andere organen of weefsels.
  • De overlevingskans van dikke darmkanker wordt vaak uitgedrukt in vijfjaarsoverleving. Dit is het percentage van de totale groep darmkankerpatiënten die 5 jaar na de diagnose nog in leven is. Onderstaande percentages zijn gemiddelde cijfers:
    • Stadium -----------------> vijfjaarsoverleving
    • Stadium 0-I/Dukes A --> 85 - 95 %
    • Stadium II/Dukes B ----> 60 - 80 %
    • Stadium III/Dukes C ---> 30 - 60 %
    • Stadium IV/Dukes D --> < 5 %
  • De twee meest voorkomende erfelijke vormen van dikke darmkanker zijn Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) en het Lynch Syndroom (eerder Hereditair Non-Polyposis Colorectaal Carcinoom (HNPCC) genoemd).
    FAP en het Lynch Syndroom zijn verantwoordelijk voor ongeveer 5 tot 10% van alle gevallen van dikke darmkanker. Kenmerkend voor deze erfelijke vormen van dikke darmkanker is dat ze meestal al op jonge leeftijd (voor het 50e levensjaar) ontstaan. Erfelijke aanleg betekent niet dat iemand zeker dikke darmkanker zal krijgen. Dragers van het Lynch syndroom hebben een verhoogde kans meegekregen van één van de ouders (25-70%).
  • Dikke darmkanker (niet erfelijke vorm) wordt voornamelijk vastgesteld bij mensen van 60 jaar en ouder. Maar dikke darmkanker kan ook voorkomen op (veel) jongere leeftijd.
  • De minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport heeft besloten om vanaf 2014 een landelijk bevolkingsonderzoek naar darmkanker in te voeren. De invoering van het bevolkingsonderzoek betekent dat vanaf 2014 alle Nederlanders tussen de 55 en 75 jaar elke twee jaar een oproep krijgen om ontlasting in te leveren. Deze wordt gecontroleerd op bloedsporen. Bloedsporen in de ontlasting kan duiden op dikke darmkanker maar hoeft niet zo te zijn. Het landelijke bevolkingsonderzoek naar darmkanker heeft als doel dikke darmkanker vroegtijdig (stadium 0-I) op te sporen.
  • Patiënten met dikkedarmkanker hebben vaak last van een veranderd ontlastingpatroon. Ook kan er sprake zijn van bloedbijmenging bij de ontlasting.
  • Bij een vroegtijdige opsporing van dikke darmkanker overleeft dus 85-95% van de patiënten de eerste 5 jaar. Maar wanneer dikke darmkanker de kans krijgt om uit te zaaien naar andere organen, dan overleeft minder dan 5% de eerste vijf jaar. Met andere woorden, de overleving van dikkedarmkanker is het beste voor patiënten met stadium I. Daarom heeft de Nederlandse overheid vanaf 2014 een landelijk bevolkingsonderzoek naar darmkanker ingevoerd.
  • De groei van dikke darmkanker gaat meestal heel langzaam. Het kan wel tien jaar duren voordat een gezonde cel uiteindelijk een kankercel wordt.
  • Er zijn iets meer mannen dan vrouwen die dikke darmkanker krijgen.
  • Er is niet één oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan van niet-erfelijke dikke darmkanker.
  • Leeftijd is een belangrijke risicofactor voor dikke darmkanker. Zo zijn 90 van de 100 mensen met darmkanker 55 jaar of ouder. 
  • Er zijn 2 soorten dikke darmkanker:
    1. colonkanker
    2. rectumkanker